Het is al donker toen Bram naar huis rijdt. Zijn auto zweeft langs de slingerende weg. Er is weinig verlichting. Regendruppels stromen langs de ruiten. De weg volgt de dijk. Bram denkt aan mooi uitgestrekt landschap aan de linkerkant  toen hij vanochtend naar de cursus reed. Zo puur en  ongerept  in de eerste zonnestralen. Nu is het koud en nat buiten. Binnen is het warm en comfortabel.  Zachte jazz klanken sijpelen op de achtergrond. “Over een half uur ben ik thuis” – denk Bram en begint te dromen van een warme douche. Het was een lange dag.

Het wordt een afhaalmaaltijd  vanavond – kruist zijn hoofd. Italiaans om de hoek? Kan, maar de pizza was te zompig de laatste keer. “ Ik heb zin in Indiaas” – beslist hij uiteindelijk.

Opeens ziet hij een knipperend licht aan de zijkant van de weg. Als hij het licht nadert ziet hij een kletsnatte vrouw met een zwaailicht in haar hand. Zij staat naast een auto schuin geparkeerd in de berm.

Zonder aarzelen stopt Bram langs de kant van de weg. Hij voelt hoe de wielen in de natte, drassige aarde inrijden. De vrouw komt dichterbij. Blonde plukken haar geplakt op haar nat gezicht. Grote blauwe ogen kijken hem vragend aan. Bram stapt uit. Een blast van kille wind in zijn gezicht.

„Wat is er aan de hand?” – vraagt Bram. Heeft u autopech gehad?”

„Ja, inderdaad” – de vrouw wijst richting de geparkeerde fiat. „Hij deed het ineens niet meer, ik geloof dat benzine op is…. Kunt u mij alsjeblieft helpen? Ik moet naar de stad, mijn moeder wacht op me.” – voegt ze toe op een smekende toon.

Bram kijkt haar aan. Raadselachtige blik in de blauwe ogen. Haar voeten in drijfnatte sneakers in de modder. Hij voelt een golf van compassie opkomen in zijn lijf.

„Natuurlijk, komt u met mij mee ik breng u naar de dichtstbijzijnde benzinestation en terug. Heeft u een jerrycan voor de benzine? „

De vrouw knikt en wijst een jerrycan aan die naast haar op de grond staat. Bram werpt nog een blik op de geparkeerde fiat, Hij ziet de witte letters mywheels erop.

„Is het een huurauto?”- vraagt hij.

„Ja, klopt maar mijn mobiele telefoon is leeg, ik kan het bedrijf niet bellen” – haar stem klinkt bijna kinderachtig.

Bram opent de deur voor haar. „Stapt u in, we gaan gelijk richting de stad ”.

Ze rijden weg. De vrouw lijkt erg opgelucht. Ze trekt haar jas open en weegt het haar uit haar gezicht. Ze heeft  volle trillende lippen.

„Wat ben ik blij dat ik je tegen ben gekomen – zegt ze met een zucht. Fluweelzachte stem. Ik stond daar tenminste een uur te wachten, niemand wilde stoppen…wat stom”.

Bram lacht. „Nou, maak je je geen zorgen, we gaan dit oplossen”.

De vrouw kijkt hem aan glimlachend met raadselachtige lichtjes in haar ogen. Ze rijden even in stilte door. Bram voelt de bik van de vrouw op hem gericht. Wat zou ze van mij denken? – kruist zijn hoofd. ”Ik heb niet gedoucht vanochtend, te laat opgestaan. Ik stink vast en zeker na zo’n lange dag”. Ongemakkelijk gaat hij verzitten in zijn stoel. Te laat. Hij draait  de airco knop omhoog. Weg met de nare luchtjes. En ja, hij ging naar zijn scheiding minder goed voor zichzelf zorgen. Te laat naar bed, te vet eten, regelmatig in de kroeg in het weekend. Tenminste 10 kilo aangekomen.

Stiekem kijkt hij de vrouw naast hem aan. Ook al zit ze onder de regen en modder oogt ze nog redelijk jong en vries. “Zou het toch mogelijk zijn dat zij…”

„Mag ik met je mobiel mijn moeder even bellen? Zij maakt zich ongerust ik zou bij haar al anderhalf uur geleden moeten zijn….”- zegt ze alsof ze zijn gedachten kan lezen.

Bram aarzelt even.

„Natuurlijk – hij trekt de telefoon uit zijn zak en geeft het aan haar. Haar koude vingers raken even zijn hand aan.

„Dank je” – zegt de vrouw.

Bram kijkt haar zijdelings aan. Ze zit met zijn telefoon in haar hand en staart naar de donkere weg.

”Je mag bellen hoor, hij is ontgrendeld” zegt hij aanmoedigend.

De vrouw lacht even kort. Op dat moment voelt hij een scherpe pijn in zijn zij. Bram duikt naar links, geschrokken. Haar gezicht hangt boven hem, wit en getrokken, felle licht schijnt in haar ogen. Hij voelt iets puntigs in zijn lijf.

„En nu, doorrijden – sist ze in zijn oor. Bij de eerste afslag naar rechts stop je. Geld, sleutel en papieren in de auto laten en wegwezen!”

Bram bevriest in zijn stoel. Lichten van voorbijrazende auto’s. Koude rillingen op zijn rug.     

„Ze is gek, ziek, ze wil mij vermoorden – flitst er in zijn hoofd. Een blok in zijn maag. Opeens voelt hij intense woede opkomen.

„Je bent gek, kappen ermee! – schreeuwt hij terwijl hij haar hand van zijn flank weg duwt. Ze grijpt naar zijn keel. Bram duwt het rempedaal in een reflex in. Een harde knal, airbag floept uit in zijn gezicht. Even licht om hem heen en dan stilte.

Bram ontwaakt in de auto met kloppende pijn  in zijn zij en hoofd. Iemand probeert hem uit de auto te trekken. Mensen om hem heen. Bram kijkt instinctief naar rechts. Een roerloos, voorover gebogen lichaam  op de passagiers stoel. Lange blonde lokken vermengd met bloed. Stemmen van mensen om hem heen, lichten. Bram sluit zijn ogen en valt in het donker. 

Agnieszka Przygodzka januari 2022

Over Agnieszka

Even voorstellen: GedrevenBewust - PassievolVerbinderSchrijftalent. Dat ben ik. Ik vertaal (groene) teksten in het Nederlands, Engels & Pools. Daarnaast geef ik ook verbindingstrainingen.